HSK 1 woordenlijst, grammatica en examen

Op deze pagina vind je de volledige HSK 1 woordenlijst van de nieuwe HSK 3.0, met uitspraak bij elk woord, plus alles wat je verder nodig hebt voor het eerste niveau van het Chinese taalexamen: de grammatica, hoe het examen eruitziet, voorbeeldvragen en een eerlijk antwoord op de vraag hoe lang het duurt.

Wat betekent HSK 1?

Met HSK 1 laat je zien dat je heel eenvoudige Chinese zinnen begrijpt en gebruikt voor concrete, alledaagse dingen: jezelf voorstellen, zeggen waar je woont en wat je doet, vragen hoe laat het is en wat iets kost, over je familie vertellen. De examenorganisatie koppelt het aan ERK-niveau A1. Een klein niveau, maar een echt niveau: met HSK 1 voer je een kort, langzaam gesprek met een geduldige Chinees.

HSK 1
Woorden (HSK 3.0)ongeveer 300
Tekens om te herkennen (HSK 3.0)ongeveer 250
Onderdelen (huidig formaat)luisteren, lezen
Duur examen (huidig formaat)ongeveer 35 tot 40 minuten
Slagingsgrens (huidig formaat)120 van de 200
Gebruikelijke studietijd vanaf nul80 tot 120 uur
HSK 1 woordenlijst: 你好, 谢谢, 朋友 als flashcards
Drie HSK 1-woorden die de meeste cursisten elke dag gebruiken.

Een eerste les volgens de nieuwe HSK vind je in mijn beginnerscursus op mijn andere YouTube-kanaal, Chinese Step by Step:

De video wordt pas van YouTube geladen als je op afspelen drukt.

Het HSK 1-examen

Tot de Nederlandse examencentra in december 2026 overstappen op HSK 3.0, heeft het HSK 1-examen dit bekende formaat:

OnderdeelVragenTijdWat je doet
Luisteren20ongeveer 15 minKorte fragmenten bij plaatjes zoeken, juist/onjuist bij plaatjes, het juiste antwoord op een vraag kiezen. Elk fragment wordt twee keer afgespeeld.
Lezen20ongeveer 17 minWoorden en zinnen bij plaatjes zoeken, het juiste woord kiezen, vragen en antwoorden koppelen. Boven de tekens staat pinyin.

Bij het internetexamen in Amsterdam antwoord je op een computer; op papier vul je een antwoordblad in met een 2B-potlood. HSK 1 doe je zonder het spreekexamen HSKK. Alle praktische informatie, data en kosten staan in de gids over het HSK-examen in Nederland.

Voorbeeldvragen HSK 1

Luisteren, deel 1 (juist of onjuist). Je ziet een kop thee en hoort: 我想喝茶。Wǒ xiǎng hē chá. Klopt het plaatje? Antwoord: ja (✓).

Luisteren, deel 3. Je hoort: 你今天几点起床?Nǐ jīntiān jǐ diǎn qǐchuáng? en kiest het antwoord: A 七点 qī diǎn · B 星期一 xīngqīyī · C 在家 zài jiā. Antwoord: A, zeven uur.

Lezen, deel 3 (vraag en antwoord koppelen). 你女儿几岁了? (Hoe oud is je dochter?) A 她五岁了。 · B 她在学校。 · C 她很高兴。 Antwoord: A.

Lezen, deel 4 (gat invullen). 我 ___ 中国人,我是荷兰人。 A 是 · B 不是 · C 没有. Antwoord: B, “Ik ben geen Chinees, ik ben Nederlander.”

Grammatica voor HSK 1

De grammatica van HSK 1 is beperkt en heel regelmatig. Deze patronen moet je beheersen:

  1. 是 shì, “zijn”, tussen twee zelfstandige naamwoorden: 我是老师。Wǒ shì lǎoshī. Niet bij bijvoeglijke naamwoorden.
  2. 很 hěn + bijvoeglijk naamwoord: 我很忙。Wǒ hěn máng. “Ik heb het druk.” Hier geen 是.
  3. Vragen met 吗 ma: zet 吗 achter een gewone zin: 你是学生吗?Nǐ shì xuésheng ma?
  4. Vraagwoorden staan waar het antwoord komt: 什么 (wat), 谁 (wie), 哪儿 (waar), 几 (hoeveel, onder de tien), 多少 (hoeveel), 怎么 (hoe), 怎么样 (hoe is het).
  5. 的 de voor bezit: 我的书wǒ de shū “mijn boek”; bij familie vaak weggelaten: 我妈妈.
  6. Ontkenning met 不 bù en 没 méi: 不 voor gewoontes en de toekomst, 没 voor “niet gedaan” en met 有: 我没有车。Wǒ méiyǒu chē.
  7. Getallen en maatwoorden: 三个人sān ge rén, 一本书yì běn shū, 五块钱wǔ kuài qián. Voor een maatwoord zeg je 两 liǎng, niet 二.
  8. 在 zài voor plaats: 我在家。Wǒ zài jiā. en voor een werkwoord: 我在学校学习.
  9. Tijd vóór het werkwoord: 我明天去北京。Wǒ míngtiān qù Běijīng. Eerst tijd, dan plaats, dan de handeling.
  10. Hulpwerkwoorden 想, 会, 能: willen, kunnen (geleerd), kunnen (in staat zijn of mogen).
  11. 呢 ne voor “en jij?”: 我很好,你呢?Wǒ hěn hǎo, nǐ ne?
  12. 太…了 tài…le: 太贵了!Tài guì le! “Te duur!”
  13. 都 dōu en 也 yě vóór het werkwoord: 我们都是学生. 我也去.
  14. 了 le voor een afgeronde handeling (eerste kennismaking): 我买了一本书.

Hoe Chinese zinnen in het algemeen werken, lees je in Chinese grammatica.

De volledige HSK 1 woordenlijst

Dit is de complete HSK 1 woordenlijst van de nieuwe HSK 3.0-syllabus, met een Nederlandse betekenis bij elk woord. Gebruik het zoekveld, klik op een woord om het te horen, of download de lijst om er je eigen flashcards van te maken.

294 nieuwe woorden in HSK 1 · Klik op een woord om het te horen. · Download de HSK 1 woordenlijst (CSV, opent in Excel of Numbers)

ABCDEFGHJKLMNPQRSTWXYZ

WoordPinyinBetekenis
爱 ài houden van; graag doen
八 bā acht
吧 ba (partikel voor een voorstel) laten we…
爸爸 bàba papa, vader
百 bǎi honderd
白天 báitiān overdag
半 bàn half
包子 bāozi gestoomd gevuld broodje
杯子 bēizi beker, glas
本 běn (maatwoord voor boeken)
边 biān kant
病 bìng ziekte; ziek
不 bù niet, nee
不客气 bú kèqi graag gedaan
不要 búyào niet doen
菜 cài gerecht; groente
茶 chá thee
唱 chàng zingen
超市 chāoshì supermarkt
车 chē auto, voertuig
吃 chī eten
穿 chuān dragen, aantrekken
出租车 chūzūchē taxi
大 dà groot
打电话 dǎ diànhuà bellen
大家 dàjiā iedereen
到 dào aankomen; naar, tot
大学 dàxué universiteit
大学生 dàxuéshēng student
的 de (bezitspartikel) van, 's
第 dì (rangtelwoord) -de, nummer
点 diǎn uur; punt; een beetje
店 diàn winkel
电话 diànhuà telefoon
电脑 diànnǎo computer
电视 diànshì televisie
电影 diànyǐng film
电影院 diànyǐngyuàn bioscoop
弟弟 dìdi jongere broer
东西 dōngxi ding, spullen
都 dōu allemaal, allebei
读 dú (voor)lezen; studeren
对 duì juist, klopt; tegenover
对不起 duìbuqǐ sorry, het spijt me
多 duō veel
多少 duōshao hoeveel
读书 dú shū lezen; studeren
二 èr twee
儿子 érzi zoon
饭 fàn maaltijd; gekookte rijst
饭店 fàndiàn restaurant; hotel
房间 fángjiān kamer
非常 fēicháng heel, erg
飞机 fēijī vliegtuig
分 fēn minuut; verdelen; cent
分钟 fēnzhōng minuut
高兴 gāoxìng blij
歌 gē lied
个 gè (algemeen maatwoord)
哥哥 gēge oudere broer
给 gěi geven; voor
公司 gōngsī bedrijf
工作 gōngzuò werken; baan
狗 gǒu hond
贵 guì duur
国 guó land
还 hái nog; ook
孩子 háizi kind
汉语 Hànyǔ Chinees (taal)
汉字 Hànzì Chinees teken
好 hǎo goed
号 hào datum (dag van de maand); nummer
好吃 hǎochī lekker
好看 hǎokàn mooi; leuk om te zien
好听 hǎotīng mooi om te horen
好玩儿 hǎowánr leuk
喝 hē drinken
和 hé en; met
很 hěn heel, erg
后 hòu na; achter
回 huí teruggaan
会 huì kunnen (geleerd); zullen
火车 huǒchē trein
几 jǐ hoeveel; een paar
家 jiā thuis, gezin
见 jiàn zien; ontmoeten
件 jiàn (maatwoord voor kleding, zaken)
叫 jiào heten; roepen
饺子 jiǎozi dumpling, jiaozi
家人 jiārén familielid
鸡蛋 jīdàn ei
姐姐 jiějie oudere zus
今年 jīnnián dit jaar
今天 jīntiān vandaag
九 jiǔ negen
觉得 juéde vinden, voelen
开 kāi openen; rijden
开车 kāi chē autorijden
看 kàn kijken, lezen
看病 kàn bìng naar de dokter gaan
看见 kànjiàn zien
课 kè les
可以 kěyǐ kunnen, mogen
口 kǒu mond
块 kuài stuk; yuan (geld)
来 lái komen
老师 lǎoshī leraar, docent
了 le (partikel: afgerond, verandering)
冷 lěng koud
里 lǐ binnen, in
两 liǎng twee (stuks)
零 líng nul
六 liù zes
吗 ma (vraagpartikel ja/nee)
买 mǎi kopen
卖 mài verkopen
妈妈 māma mama, moeder
忙 máng druk
猫 māo kat
没关系 méi guānxi geeft niet
妹妹 mèimei jongere zus
没有 méiyǒu niet hebben; niet gedaan
们 men (meervoud bij personen)
面包 miànbāo brood
面条儿 miàntiáor noedels
米饭 mǐfàn gekookte rijst
明年 míngnián volgend jaar
明天 míngtiān morgen
名字 míngzi naam
哪 nǎ welke
那 nà dat, die
那边 nàbiān daar, aan die kant
哪里 nǎlǐ waar
那里 nàlǐ daar
男 nán man, mannelijk
男朋友 nánpéngyou vriend (relatie)
哪儿 nǎr waar
那儿 nàr daar
哪些 nǎxiē welke
那些 nàxiē die
呢 ne (partikel) en…?; aan het
能 néng kunnen
你 nǐ jij
年 nián jaar
你们 nǐmen jullie
您 nín u
牛奶 niúnǎi melk
女 nǚ vrouw, vrouwelijk
女儿 nǚ'ér dochter
女朋友 nǚpéngyou vriendin (relatie)
女士 nǚshì mevrouw
朋友 péngyou vriend
便宜 piányi goedkoop
漂亮 piàoliang mooi
苹果 píngguǒ appel
七 qī zeven
千 qiān duizend
前 qián voor; vóór
钱 qián geld
起床 qǐ chuáng opstaan
请 qǐng alsjeblieft; uitnodigen
请问 qǐngwèn mag ik vragen
去 qù gaan
去年 qùnián vorig jaar
热 rè warm, heet
人 rén mens, persoon
认识 rènshi kennen (iemand)
日 rì dag; zon
三 sān drie
上 shàng op, boven; vorige
上班 shàng bān naar het werk gaan
商店 shāngdiàn winkel
上课 shàng kè les hebben
上午 shàngwǔ ochtend
上学 shàng xué naar school gaan
少 shǎo weinig
谁 shéi wie
生病 shēng bìng ziek worden
什么 shénme wat
十 shí tien
事 shì zaak, kwestie
是 shì zijn
时候 shíhou tijd, moment
时间 shíjiān tijd
手机 shǒujī mobiele telefoon
书 shū boek
书店 shūdiàn boekwinkel
水 shuǐ water
睡 shuì slapen
水果 shuǐguǒ fruit
睡觉 shuì jiào slapen, naar bed gaan
说 shuō zeggen, spreken
说话 shuō huà praten
四 sì vier
岁 suì jaar oud
他 tā hij, hem
它 tā het
她 tā zij, haar
太 tài te; heel
他们 tāmen zij (mannen/gemengd)
它们 tāmen zij (dingen, dieren)
她们 tāmen zij (vrouwen)
天 tiān dag; hemel
天气 tiānqì weer
听 tīng luisteren
听见 tīngjiàn horen
同学 tóngxué klasgenoot
外 wài buiten
外边 wàibian buiten
玩 wán spelen, plezier maken
晚 wǎn laat; avond
晚饭 wǎnfàn avondeten
晚上 wǎnshang avond
喂 wéi hallo (aan de telefoon)
问 wèn vragen
问题 wèntí vraag; probleem
我 wǒ ik, mij
我们 wǒmen wij, ons
五 wǔ vijf
午饭 wǔfàn lunch
下 xià beneden; onder; volgende
下班 xià bān klaar met werk
下课 xià kè de les is uit
想 xiǎng willen; denken; missen
先生 xiānsheng meneer; heer; echtgenoot
现在 xiànzài nu
小 xiǎo klein
小朋友 xiǎopéngyǒu kind (vriendelijk)
小时 xiǎoshí uur
小学 xiǎoxué basisschool
小学生 xiǎoxuéshēng basisschoolleerling
下午 xiàwǔ middag
下雨 xià yǔ regenen
些 xiē een paar, wat
写 xiě schrijven
谢谢 xièxie dank je wel
喜欢 xǐhuan leuk vinden, houden van
新 xīn nieuw
星期 xīngqī week
星期日 xīngqīrì zondag
星期天 xīngqītiān zondag
休息 xiūxi rusten
学 xué leren, studeren
雪 xuě sneeuw
学生 xuésheng student, leerling
学习 xuéxí studeren, leren
学校 xuéxiào school
要 yào willen; zullen; nodig hebben
也 yě ook
一 yī één
一半 yíbàn de helft
一点儿 yìdiǎnr een beetje
衣服 yīfu kleren
医生 yīshēng dokter, arts
一些 yìxiē een paar, wat
医院 yīyuàn ziekenhuis
椅子 yǐzi stoel
有 yǒu hebben; er is
有的 yǒude sommige
有点儿 yǒudiǎnr een beetje, nogal
有些 yǒuxiē sommige; enigszins
雨 yǔ regen
元 yuán yuan (munteenheid)
月 yuè maand; maan
再 zài weer, opnieuw
在 zài in, op; zich bevinden
再见 zàijiàn tot ziens
早 zǎo vroeg; goedemorgen
早饭 zǎofàn ontbijt
早上 zǎoshang ochtend
怎么 zěnme hoe; hoezo
怎么样 zěnmeyàng hoe is het; wat vind je
找 zhǎo zoeken
这 zhè dit, deze
这边 zhèbiān deze kant, hier
这里 zhèlǐ hier
真 zhēn echt, werkelijk
正在 zhèngzài bezig met
这儿 zhèr hier
这些 zhèxiē deze
只 zhǐ alleen, slechts
知道 zhīdào weten
中国 Zhōngguó China
中文 Zhōngwén Chinees (taal)
中午 zhōngwǔ middag (12 uur)
中学 zhōngxué middelbare school
中学生 zhōngxuéshēng middelbare scholier
住 zhù wonen
桌子 zhuōzi tafel
字 zì teken, woord
坐 zuò zitten; reizen met
做 zuò doen, maken
做饭 zuò fàn koken
昨天 zuótiān gisteren

Is het HSK 1-examen moeilijk?

Eerlijk gezegd: nee. HSK 1 is het vriendelijkste examen uit de reeks. Er wordt langzaam en duidelijk gesproken, bij veel leesvragen staat pinyin, en met 60 procent ben je geslaagd. Kandidaten zakken zelden door het Chinees; meestal door onbekendheid met het formaat (snel plaatjes koppelen, het tempo van de fragmenten) en door tonen die nooit goed zijn geleerd, waardoor luisteren moeilijker wordt. Een paar oefenexamens op echte tijd lossen het eerste op, een docent het tweede.

De video wordt pas van YouTube geladen als je op afspelen drukt.

Hoe lang duurt de voorbereiding op HSK 1?

Reken als volledige beginner op 80 tot 120 uur in totaal: zo’n 30 tot 40 lesuren met een docent en de rest in korte dagelijkse oefening. Met twee lessen per week is dat twee tot vier maanden. Spreek je al een beetje Chinees, dan laat de intake zien wat er nog ontbreekt. Het hele tijdpad staat in hoe lang duurt het om Chinees te leren.

Na HSK 1

De logische volgende stap is HSK 2: ongeveer 200 nieuwe woorden, je eerste vergelijkingen en gesprekken over plannen en ervaringen. Wil je daarbij begeleiding, kijk dan bij de HSK-examentraining of de cursus Chinees voor beginners.

Woordenlijst: de officiële HSK 3.0-woordenschat (syllabus 2025), zoals verzameld in het open project complete-hsk-vocabulary (MIT-licentie). Pinyin gecontroleerd en betekenissen geschreven door KeSong Chinese.

Veelgestelde vragen

Is het HSK 1-examen moeilijk?

Nee, HSK 1 is bedoeld als eerste mijlpaal. In het huidige formaat zijn er alleen luister- en leesvragen, met plaatjes en pinyin als hulp, en je slaagt met 120 van de 200 punten. De meeste volwassenen die regelmatig met een docent leren, halen het na twee tot vier maanden. In HSK 3.0 telt HSK 1 wel zo'n 300 woorden, dus iets meer dan vroeger.

Hoe lang duurt de voorbereiding op HSK 1?

Voor een volledige beginner ongeveer 80 tot 120 uur in totaal, waarvan 30 tot 40 lesuren met een docent. Met twee lessen per week en dagelijks een kwartier oefenen is dat twee tot vier maanden. Wie al wat Chinees kent, kan in een paar weken klaar zijn.

Hoeveel woorden heeft HSK 1?

In de nieuwe HSK 3.0-syllabus ongeveer 300 woorden (294 in de officiële lijst op deze pagina). Het oude HSK 2.0 had er 150. Gebruikt jouw examen nog het oude formaat, dan dekt de nieuwe lijst alles en meer.

Moet ik bij HSK 1 tekens schrijven?

In het huidige examenformaat schrijf je bij HSK 1 niets: je luistert en leest alleen, en bij veel vragen staat pinyin. De HSK 3.0-syllabus noemt wel tekens die je op dit niveau moet herkennen, dus de meest gebruikte tekens leren lezen is verstandig.

Bereid je voor op HSK 1 met Zoey

Eén-op-één of in een kleine groep, online of in Amsterdam, van pinyin tot de examendag.

Zoey Zang, Chinese docent in Amsterdam

Over de auteur

Zoey (Ziqiao Zang, 臧子乔) geeft sinds 2011 les in Chinees als vreemde taal en sinds 2016 in Nederland. Ze heeft een master Teaching Chinese to Speakers of Other Languages van Zhejiang Normal University en zette een officieel online HSK-examencentrum op dat ze leidde, met meer dan 250 kandidaten.